Janus - het magisch tussenland

Voor zowel gelovigen als ongelovigen vormen de kerstdagen een worsteling. Gelovigen gaan trouw naar de mis, maar zijn het verhaal van het kindje Jezus vaak een beetje zat. Ze hebben gewacht, en wachten nog steeds, op de vervulling van de belofte: de wederkomst van de Heer. Maar ze willen ook wel eens iets nieuws horen—over een sprookjesprins, een onverwachte held of een ander wonderlijk verhaal.

Ongelovigen kijken daarentegen met scepsis naar al die rituelen. De preken in gebedshuizen klinken in hun oren als een opeenstapeling van regels en dogma’s, zonder zichtbare impact op het dagelijks leven. Want waar zijn dan die wonderbaarlijke ontmoetingen? En hoe merk je de zo parmantig beleden liefde als er geen enkel spoor is van een tastbare verandering? Ze vragen zich terecht af: waarom zo’n stelligheid als er geen ruimte lijkt te zijn voor het onverwachte?

De oorzaak ligt deels in hoe we religie hebben ingekaderd. We hebben haar opgesloten in vaste vormen, waarin verhalen en verwondering verstikken door eentonigheid.

De kracht van verhalen

In de vroege christentijd en de middeleeuwen was het anders. Toen wemelde het van legendes, queesten en verhalen vol verbeelding. Elk natuurverschijnsel kon worden verklaard door prachtige vertellingen, aangedragen door verhalenvertellers, sprookjesjagers en priesters bij het haardvuur. Die vertelsels gaven betekenis aan het onverklaarbare en hielden de fantasie levend.

Maar langzaamaan heeft de rationaliteit die grote schat aan verhalen verdrongen. Wat overbleef, was stelligheid: “Zo hoort het. Zo zit het. Zo zal God oordelen.” Dat alles gaat voorbij aan het menselijke bestaan, waarin de natuur en het leven vol onverwachte wendingen zitten—gebeurtenissen die nauwelijks toevallig lijken.

Een goed verhaal helpt ons die wendingen te begrijpen. Het plaatst ons in het midden van de strijd met de bliksem, of oog in oog met een draak. Het herinnert ons eraan dat ook schoonheid bevochten moet worden. Het verhaal maakt ons zo gelijk aan die ridder die streed om het hart van een geliefde.

Herinner je verhalen zoals die van Raphael en Tobias, waarin een engel een jongen begeleidt bij zijn zoektocht naar het medicijn voor zijn blinde vader. Of denk aan Mariken van Nieumeghen, wier leven dichterbij ons staat dan dat van Maria, de heilige moeder. En wat te zeggen van de draak op vele wapenschilden – van Engeland tot diep in Transylvania – verslagen door een en dezelfde Sint Joris, als zinnebeeld voor onmetelijke, bijna bovenmenselijke moed. Deze verhalen spreken nog steeds, maar onze verbeelding is door de jaren heen afgestompt.

De verbeelding raakt sleets

Betweters en rationalisten hebben de magie van verhalen vervangen door metafysica en abstractie, waardoor weinig ruimte overbleef voor de gewone sterveling. Toch blijven wonderbaarlijke gebeurtenissen ons omringen—in de natuur, in de blik van een geliefde, of in een onverwachte ontmoeting.

Religie zou niet ingepakt en vastgezet moeten worden. Laat het vrij om ons te voeden met verhalen over moed, goedheid en wat het nastreven waard is. Meer dan ooit hebben we deze verbeeldingskracht nodig.

De betovering van sprookjes verdwijnt

Tegelijkertijd zijn sprookjes en mythen ook slachtoffer geworden van het inkaderen. De gebroeders Grimm en andere verzamelaars meenden de mensen een dienst te bewijzen door volksverhalen vast te leggen in sprookjesboeken. Alles werd gecategoriseerd, en de scherpe randjes – gelijk aan de ruwheid van de natuur – werden gladgestreken. Door hun werk verdween de lokale variatie, in het belang van een middelmaat die iedereen kon begrijpen, gespeend van improvisatie uit de eigen landstreek. Daarmee verdween ook de spontaniteit die voortborduurde op de eeuwige fundamenten van volksverhalen, verhalen die iets duisters probeerden te benoemen, een angst die bezworen kon worden door het samen rondom het haardvuur te delen – niet door het op een zolderkamertje uit te dokteren en te blijven malen over de zin achter elk woord. Gedeelde smart is immers halve smart.

Met duidelijke grenzen komt er een einde aan het magische tussenland. Tussen religie, vervat in Bijbelse teksten, en volkse wijsheden, verhuld in sprookjes. Mensen fantaseren niet langer vrijuit als ze niet precies weten hoe het verhaal verdergaat, of laten delen weg als de luisteraar daar geen behoefte aan heeft. De spontaniteit moet het ontgelden aan dat wat is afgedrukt.

Voorbij het scherm het magische tussen land herontdekken

Gelukkig zijn er nu volop films en series. Mensen kunnen zich nu laven aan allerlei creaties van tekstschrijvers, scenaristen, regisseurs en producenten. Een hele industrie bedient nu de ‘verslaafd gemaakte’ kijkers om hun essentiële verlangens naar betekenis op te vullen. Een goede zaak, zegt u? Helaas, paradoxaal vormt nu meer dan ooit een vierkant scherm de bron die bij ons verbazing en verwondering opwekt. Ja, het ‘kastje’ brengt verhalen om ons te vermaken, maar wel in een vorm die strakker omlijnd is dan ooit. De spontaniteit van het oude vertellen lijkt zo voorgoed verloren.

Toch is ook dat maar schijn. Mensen kunnen immers niet zonder verdichting om hun eigen leven in het grotere geheel te zien. Zo zullen wij de kracht van verhalen herontdekken. Als we bereid zijn om religie, sprookjes en oude volkswijsheden opnieuw vrij te laten, zullen de grenzen vervagen. Tussen het heilige en het alledaagse, het abstracte en het concrete, het oude en het nieuwe, in dit tussenland gebeurt nog altijd het wonderlijke. Een kind dat schrikt, een ouder die glimlacht – de wijze les uit het oude verhaal vindt opnieuw zijn weg; met tere woorden ingegroefd in de ziel van een nieuwe generatie.

Juist in de tijd van Janus (de god met de twee gezichten – van het begin en het einde, van het openen en het sluiten) zullen wij het weer ervaren: in het magische tussenland – daar leven verhalen voort.