Het oor van de koning

Zojuist heeft Geheimrat J. mij op last van de Koning het gevraagde gesteld:

“Beste Nar, de Koning heeft mij verzocht de volgende vraag te stellen… Nu ben ik eigenlijk ertegen. Natuurlijk ben ik niet tegen de Koning ingegaan, maar hem wel in de ogen aangekeken. ‘Meent die dat nu…?’, maar je weet hoe onze Majesteit soms van die wilde ideeën in zijn hoofd haalt. En dat krijg je er niet uitgepraat. Dus nu sta ik hier. Zie het alsjeblieft niet als mijn eigen idee.

Ik zou in geen duizend jaren de functie van Geheimrat aanbevelen. Je ziet natuurlijk dicht op het vuur. En zijn rechteroor is altijd bereid om manhaftige adviezen van je te ontvangen. Verder mag je bij de meest voortreffelijke diners zijn, gala’s, en Trumpiaanse visites aanwezig zijn. Dus ik vind het voortreffelijk in de rol van de oude Huygens te treden.

Oh, wat waren mijn ouders trots, toen ik in het diepste geheim hen bezwoer dat het werkelijk zo was, dat ik beëdigd was met de hoogst mogelijke functie aan het Hof. In de voetsporen te treden van de Grote Huygens. Mijn ouders waren verguld en beloofden het aan niemand door te vertellen. Nou, na twee dagen wist de hele stad het. Ach.

Na al die jaren – de Opstand van Holland, de Opstand van Nedersaksen – is het tijd voor mij om de beker over te dragen. Wij zijn al een tijdje op zoek naar een edele hoveling die in mijn voetsporen kan treden. En nu dan, zodra de nieuwe hovelingen hier komen, is het een uitstekend moment. Zij zullen een tijdje druk zijn met alle feesten en braspartijen om elkaar beter te leren kennen. Ondertussen doen ze alsof ze onderhandelen over een nieuwe regering. Kortom, de Koning zelf heeft het uitgedacht. Hij laat u vragen of u mijn opvolger wil zijn?”

Ik keek hem goed aan. Zag in zijn ogen dat hij geen grap met me wilde uithalen. En zweeg.

Want net als hij wist ik wat ik moest antwoorden. De onnadenkendheid van de Koning. Wij mogen hem zeer, maar soms vergeet hij de wijze lessen uit onze geschiedenis. En een daarvan is dat je nooit de Hofnar vraagt om Geheimrat te worden.

U moet weten: wij van het Narrengilde hebben het linkeroor van elke vorst. De zijde van intuïtie, gevoelig voor toekomstmuziek en geestigheid. Of ze gekleed zijn in ons kostuum of niet. U herkent ons aan de linkerzijde van uw vorst, president of Tsaar. Aan de rechterzijde staat de hoogste adviseur. De Geheimrat. Hij doet de staatszaken en gebruikt daarvoor overdag het rechteroor.

Dus als de Koning denkt vanwege mijn verdiensten bij de komende uitverkiezing voor nieuwe hovelingen – die perfect verlopen, want het grootste blok zal bestaan uit de beste en mooiste mensen uit het land – mij een eer te doen om van links naar rechts te gaan, dan heeft hij het mis.

Allereerst omdat loyaliteit in ons gilde gebod nummer één is. Maar hier aan het Haagse Hof is ook van belang dat ooit zijn voorganger, Prins Frederik Hendrik, zijn nar deze eer toebedeelde. En dat hebben we geweten.

Het verhaal van Catharina

Zij was als metgezellin van de Heer van Assendelft meegereisd na zijn verblijf in Frankrijk. Slim en parmantig, met de scherpste woordspelingen waarvoor het Franse Narrengilde befaamd is, en met de dapperheid van haar Normandische voorouders, klom ze snel op aan het hof van Amalia en Frederik Hendrik, de stedendwinger.

Het Prinsenpaar besloot al snel: zij wordt onze Nar. Zo hield zij de Prins warm, toen ze voor ‘s-Hertogenbosch in een plat schip lagen. Het was wat ongewoon in die tijd – een vrouw met de mooiste rode haren in een staart, overduidelijk een afstammeling van de Vikingen die vanuit Normandië Frankrijk en Engeland hadden overheerst. En ook haar dapperheid was grenzeloos. Daarom waren alle stoere soldaten verguld om haar aan boord te hebben. Zij fluisterden dat ze Freya zelf moest zijn, de godin in Hollandse klederdracht.

Nadat de Prins meerdere steden had bedwongen, geraakte hij steeds meer onder de bekoring van zijn nar. Haar scherpzinnigheid, haar intelligentie. Langzaam begon hij te denken: waarom zou zo’n briljante geest alleen maar grappen tappen? Zij zou me toch ook kunnen adviseren over staatszaken?

De oude Duitse Geheimrat had hem dat ingefluisterd. Reeds tientallen jaren aan de zijde van Maurits en Frederik Hendrik, had hij een plan uitgebroed om met zijn trouwe, zwarte hond naar de Duitse wijnkelders terug te keren, terwijl zijn gif van machtshonger niet zou uitdoven. En dus besloot Frederik Hendrik dat zijn vertrouweling aan het linkeroor geschikter zou zijn voor de rechterzijde. Hij benoemde Catharina tot Geheimratin.

En dat hebben we geweten.

De verleiding van de macht

Alles ging de verkeerde kant op. Een Nar moet je niets serieus laten fluisteren. Dan hoor je toch nog de lach en de ironie erdoorheen. Elke hoveling heeft zijn plek, en de linkerzijde – de intuïtie, het spel, de lach – moet nooit de grens overschrijden naar de rechterzijde van ratio en macht.

Want zodra Catharina de rechterplaats innam, veranderde er iets in haar. De eerste weken ging het nog goed. Haar adviezen waren scherpzinnig, haar analyses helder. Maar macht werkt als een sluipend gif. Wie eenmaal proeft van het rechteroor – waar niet gelachen wordt maar beslist, waar niet gespeeld wordt maar geregeerd – wil meer. Altijd meer.

Waar ze eerst de Prins tot bezinning bracht met haar spot, begon ze nu zijn impulsen te voeden. Zijn dromen werden haar dromen. Zijn ambities haar obsessies.

Prinses Amalia zag het gebeuren. Zij, die de gevaren van macht kende, waarschuwde haar man. Maar Frederik Hendrik was verblind. “Zij begrijpt mij zoals niemand anders,” zei hij. En dat was juist het probleem. Een Geheimrat moet de vorst dienen, niet begrijpen. Een Geheimrat moet op gepaste afstand blijven, niet de plek van de vorst in willen nemen.

Langzaam werden beiden bevangen door dezelfde waandenkbeelden. Zij fluisterde hem in dat zijn grootheid nog niet voltooid was. Dat er geheimen lagen verborgen op het Binnenhof die hem de ware macht zouden geven over heel de Republiek. Verhalen over Jacoba van Beieren, over oude schatten, over tekens en symbolen. En hij, moe van de eindeloze compromissen met de Staten, wilde het geloven.

De ondergang

Op een nacht begonnen ze te graven. De voorplaats van het Binnenhof werd omgewoeld, daar waar nu de Hofvijver ligt. Prins en Geheimratin, zij aan zij, zoekend naar wat nooit bestaan had. Hun kleding besmeurd met modder, hun ogen glinsterend van koorts.

En daar, plotseling, stootten ze op een kist. Een oude houten kist, wonderwel intact gebleven ondanks de eeuwen. Dat moest het zijn. Het bewijs. De macht. Hierin, zo geloofden zij in hun waanzin, lag de hoorn die de Zwanenridder eeuwen geleden aan Beatrix had geschonken, nadat zij zijn kind Godfried had gebaard – het symbool van macht over de Lage Landen. Wie op deze hoorn zou blazen, zou meester over het Lage Land zijn.

Maar omdat geen van beide de ander de eer gunde, omdat macht niet gedeeld kan worden, keerden ze zich tegen elkaar.

Amalia zag het gebeuren vanuit het raam van het paleis. Zij zag hoe twee mensen die zij liefhad, elkaar verscheurden. Hoe de Nar die licht en lach bracht, veranderd was in iets duisters. Hoe haar man, de grootste veldheer van de Republiek, krankzinnig was geworden door macht en obsessie.

De Hofvijver

Om de sporen van deze gruweldaad uit te wissen, om te voorkomen dat ooit iemand zou weten wat er werkelijk gebeurd was, liet Amalia de Haagse Beek verleggen. Het water stroomde de kuil in. En zo ontstond de Hofvijver. Nog altijd een duistere plek. En wie goed tuurt naar het eiland in het midden, meent tussen de bosjes het werkelijke graf van Catharina en Frederik Hendrik te ontwaren.

De officiële geschiedschrijving meldt natuurlijk iets anders. Maar wij van het Narrengilde kennen de waarheid. Daarom spookt Catharina nog altijd op het Westeinde, waar ik nu woon. Nabij het oude paleis van Assendelft.

Zij fluistert mij toe ‘s nachts, wanneer de maan over de grachten schijnt en de wind speelt met de bladeren van de oude beuk. En zo waarschuwt zij mij: “Blijf waar je hoort. Ruil nooit de lach voor de macht. Want wie zijn masker afwerpt voor slechts één gezicht, verliest zichzelf.”

Antwoord aan de Geheimrat

Geheimrat J. knikte voordat ik hem antwoordde. Hij begreep het al.

“Beste Geheimrat. U heeft zo’n waardig gelaat. Uw rimpels en wijze baard verraden mij de gewichtigheid van uw functie. En omdat ik de lach toegenegen ben, moet ik u vergeefs naar huis zenden. De Koning zal best begrijpen dat u nog een tijdje Geheimrat wil blijven. U bent ook nog veel te jong om te gaan. 83 jaar. Huygens senior was 90 toen hij zijn ambt inruilde voor het eeuwige leven.”

Hij glimlachte weemoedig.

“En natuurlijk kent u het verhaal van Catharina. U woont toch nabij het Westeinde? Nabij het oude paleis van Assendelft? Ze fluistert u toch wel iets in, neem ik aan? Waar heeft u anders geleerd over sprezzatura – die nobele hofkunst van moeiteloze gratie die Huygens vertaalde als ‘lossigheydt’?”

Ik knikte slechts. Liet een traan om het lot van onze mooie, fiere Franse. Zij was zo verblind door de macht, dat ze nu eeuwig moet ronddolen.

Wij schudden elkaars hand. Hij spoedde zich naar het Hof. Want natuurlijk wil hij de 90 volmaken, gelijk Huygens.

En ik? Ik blijf waar ik hoor. Aan de linkerzijde. Waar de lach als muziek klinkt en de lichtvoetige waarheid wordt geëerd. Waar macht geen greep op je heeft, omdat je er nooit naar hebt gehunkerd.

Want Hollanditis – die ziekte van macht en waanzin – kent geen genezing. Het enige medicijn is dit: kijk goed in de spiegel, lach om je eigen maskers, en blijf spelen met alle gezichten die je draagt.


Genoten van deze Narrensprong? Deel hem met andere hovelingen….

Share


In deze Narrensprong hoort u onder andere resonanties van:

  • Het ware verhaal van Catharinaniet de kolder die eeuwenlang wordt gebezigd om haar nalatenschap te bezoedelen als valsemuntster en spook op het Westeinde – want zij was de Franse Nar die Frederik Hendrik tot waanzin dreef (https://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/verhalen/catharina-de-chasseur-spook-spaanse-hof-den-haag/)
  • Hoe te gedragen aan het Hof? Lees Il Cortegiano (De Hoveling) van Baldassare Castiglione, en begrijp waarom navolgers van Huygens nog altijd sprezzatura bedrijven: de schijn van moeiteloosheid als een penseelstreek van Rembrandt – of zoals Huygens het vertaalde: ‘lossigheydt’, de kunst om alle kunst te verbergen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Sprezzatura
  • De hoorn van Lohengrin – de Zwaanridder – als geschenk aan zijn geliefde Beatrix, die aan de werkelijke troonopvolger van de hertogen van Brabant in lijn met Godfried van Bouillon en Jacoba van Beieren verschijnt om de macht te doen klinken over de Lage Landen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lohengrin_(personage)