De kogel is bijna door de kerk. Het wachten is op de “houdbare onderbouwing” van de noodwet die onze samenleving eindelijk verlost van het grootste probleem van dit moment.
Vandaag heb ik het nog eens gecheckt in de wandelgangen van de betonnen kolos die nu het Huis van de Volksvertegenwoordiging genoemd mag worden. Nog steeds kan ik niet bevatten in welke toestand van verstandsverbijstering de Haagse regenten verkeerden toen ze dit architectonische monstrum uitkozen als opvolger van de eerbiedwaardige Staten-Generaal. Misschien had het iets met jaloezie te maken? Ambtenaren werden immers op elkaar gepropt in de eenvormige Haagse torens, waar karakter en eigenheid per definitie ontbraken. Het toppunt was misschien wel de Rijksgebouwendienst, toen zij gehuisvest werden in het bedrijfsverzamelgebouw aan de Rijnstraat. Daar had de meest geniale binnenhuisarchitect van Nederland de opdracht gekregen om een zo onleefbaar mogelijk interieur te ontwerpen.
Hun wraak is zoet, moest ik vandaag weer constateren toen ik aan het Bezuidenhout de infiltranten tot de macht vroeg hoe lang het nog zou duren voordat we verlost worden van die vreselijke oorkleppen.
Zij stelden me gerust. Nee, werkelijk! Niet zoals bij ‘bestaanszekerheid’, ‘toeslagenfraude’ of ‘Groningen’. Nee, ditmaal waren ze eerlijk, frank en vrij. Ze antwoordden dat de juristen geen enkel obstakel meer zagen om morgenochtend de laatste puntjes op de i te zetten voor de ‘houdbare onderbouwing’ die tegenwoordig onontkoombaar is. Zelfs Hugo de Groot zou trots op hen zijn. Net zoals hij in zijn verhandeling over het recht van buit (De Iure Praedae) betoogde dat de zee vrij moest zijn, zo hadden zij onderbouwd dat de oren vrij moesten blijven van de zoete klanken van de natuur!
De belemmering van de oren levert immers niet alleen gevaar op in het verkeer, maar het is ook niet bevorderlijk voor het gesprek wanneer een voorbijganger je passeert met pontificaal over zijn hoofd die geluidsblokkades. Hoe mooi de muziek ook mag zijn, of hoe irritant de stem van een groenteboer in discussie met Van Rosmalen ook klinkt, het belemmert het vrij verkeer van een normale conversatie.
Ook in het verkeer vormen deze dingen een gevaar. De fatbikes met hun elektronische toeters worden niet gehoord door degenen met de oorkleppen op. Ze zullen te laat opmerken dat iemand met grote snelheid nadert, zeker als hun ogen ook nog eens verblind zijn door de NARratieve reflecties van hun telefoons.
Maar uiteindelijk kwamen de juristen tot een finaal besluit: ook de oren van de geëvolueerde diersoort “Homo Smartphonicus”* moeten gevrijwaard blijven voor de geluiden van de natuur. Het is in een straal van een armlengte toegestaan dat telefoons geluid produceren, maar niet verder: “Aures Liberate”!
Ik verwacht natuurlijk triomfbogen en luid applaus door het hele land wanneer de Koning en de minister zij aan zij de wet ondertekenen en bekrachtigen. Ik ben zelfs bereid mijn vulpen aan hen te lenen om dit moment te bezegelen. Dan kunnen we eindelijk deze bevrijding vieren, en elkaar weer normaal begroeten met een welgemeend: ‘Goedendag, hoe gaat het met u, medeburger van dit mooie land!’
*Homo Sapiens die, anders dan zijn voorganger Homo Erectus, steeds gebogener staat over zijn telefoon.




