Hoor je de sterren fluisteren,
wanneer je omhoog staart in de diepte van het heelal?
Daar waar je hart de stilte koestert,
klinkt toch een zachte stem.

Zoals de tijd vervliegt, zie je hen passeren,
het hemelgewelf spoort je aan
om in het moment te leven.
Luister naar de stem in je hart:
“Je mag alles wezen, zodra je jezelf vindt.”

Daarom kijk ik op,
om diep vanbinnen te voelen
hoe uniek dit leven wezen mag.
Geworteld in de aarde, streef ik—
zoals de bomen reiken naar de zon—
naar haar luister en haar pracht,
om jou te verblijden,
verbonden in mijn hart.

Daarom hoor je me ‘s nachts,
mijn gebed in de stilte van al wat heelt.
Fluisterend, met omfloerste stem:
“Blijf me nabij, troost me in de duisternis.”

Weldra zullen wij schijnen,
daar aan het firmament,
waar geliefden elkaar treffen,
tot in eeuwigheid verbonden.
De sterren verklaren het met luide stem.