Ik ben bang voor mensen

Ik ben bang voor mensen.
Vooral hun emoties maken mij schuw.
Wat zullen ze wel niet van mij denken?
Hoe lang keek hij mij aan?
Moet hij iets? Of wil hij mij?
Ik weet het niet
en kijk weg.

Ik ben bang voor mensen.
Al hun verlangens – wat moet ik ermee?
Waarom keek hij om?
Ik ben toch verschrikkelijk?
Kent hij mijn gedachten?
Droomt hij van mij?
Ik weet het niet
en kijk weg.

Ik ben bang voor mensen.
Met al hun gedachten over alles en iedereen.
Wat zullen ze in mijn ogen zien
als ik ze net iets te lang aankijk?
En me afvraag:
ben jij net zo lelijk als ik?

Van binnen weet ik het nog steeds niet.
Toch besluit ik te lachen.

Zien zij de twijfel in mij?
De pijn? Het verdriet?
Al die emoties.
Zelfs begeerte, zo nu en dan.

Dus kijk ik weg.

Ik ben bang voor al die mensen.
Daarom ga ik eropuit.

Op zoek naar een metgezel
die niet wegkijkt van mijn dromen.
Die mij in zijn armen neemt en zegt:

“Zie je wel?
Er zijn geen spoken,
en zeker geen duivels.
Wij zijn allemaal mensen.
En ook jouw hart
is van puur goud.”

Ik ben bang voor de tijd

Ik ben bang voor de tijd.
De uren, de dagen,
die weken en maanden worden.

Want als ik het nu niet doe,
heb ik het dan al verpest?

Al die seconden tellen op.
Zo snel.

Ben ik nog op tijd?

Daarom wacht ik af.
Op het juiste moment.

Ik ben bang voor de tijd.

Want wat als ik het nét mis?
Dat ik wegkijk
en juist dán gebeurt het.

Dat ene moment
waarop ik al die tijd wacht.

Moet ik dan niet versnellen?
Het moment opjagen?

Daarom wacht ik af.
Niet overhaasten.

Ik ben bang voor de tijd.

Voor alle beslissingen
die zich voor mij uit razen.

Wanneer moet ik toeslaan?
Wanneer moet ik wachten?

Alles is zo diffuus.
Alsof je verdwaald bent
in een eindeloze ruimte.

Dus wacht ik af.

Tot alles wat voorbijgaat
zich langzaam voor mij uitstrekt
als een gouden mogelijkheid.

Jij.

Met die mooie ogen.
Die op mij wacht.

Bij die ene blik
zal alles verstillen.

Deze stem.
Deze tijd.

Alleen de muziek van dat moment
zal mij wakker houden.

Ik luister naar jouw stem.