De aarde waarin ik liefde voel
Geworteld, langzaam door de jaren,
klem ik me aan het leven vast.
Nog altijd begrijp ik het niet helemaal,
want moet ik niet strijden?
De tocht strekt zich langzaam voor mij uit;
voorbij de jaren. Te snel spoedde ik me voort.
Nu trager, bemerk ik in de stilte het geluk.
In de vogelzang erken ik de stem.
Daar diep van binnen de echo:
tot mijn verdriet zie ik de mens.
Juist vanuit kwetsbaarheid
recht ik mijn rug.
Als een boom opgeschoten,
met de wind wieg ik langzaam mee.
Zo beschut ik vele wezens,
van specht tot wilde kat,
het geheel mag zich tot mij vervoegen
in kwetsbaar welbevinden.
Omarm de ziel, gewijd aan dit leven,
de schone schijn afgeworpen.
Bevrijd is mijn stem.
Hoor hoe ik fluister.
De roep uit een donker verleden,
de geest ontwaakt.
Ontzagwekkend
dit simpele bestaan.




