in etappes,
Komen wij en wij gaan,
Zo wisselen wij af.
Generaties treden aan—
Nu zijn wij aan zet.
Opdat wie zal volgen
Onze woorden weegt:
Wat was waar en tot zegen,
Wat was naar en oneerlijk.
Gij kunt slechts vermoeden
Het hartzeer dat ook ons trof,
Terwijl wij de toekomst loshakten
Uit het oerwoud van mogelijkheden,
Een pad banend naar een bestemming
Waar ons nageslacht zal juichen
Om de welvaart en de pracht.
Hoezeer wij ook weten
Dat slechts twijfel ons stuurt,
Willen wij doen geloven
Dat alles een reden heeft.
Zo banen wij een weg door de duisternis
Om ooit het licht te ervaren
En smeken tot u:
“Moge gij ervan genieten,
Wij deden slechts ons best.”

