Hier bij het Haagse Hof maken ze zich – net als veel verwende kinderen in het land – op voor het heerlijk avondje. De Sint is hier natuurlijk elk jaar van harte welkom; kijk maar naar de schoorstenen die ooit het Binnenhof sierden en wees ervan overtuigd dat in oude tijden zij er wel raad mee wisten. En hoewel die schoorstenen bij de tijdelijke Kamer inmiddels zijn verdwenen, blijft de traditie overeind om tijdens de donkere nachten samen te komen om te zingen én te sidderen.
Dit komt doordat tijdens het Sinterklaasfeest ook de Harlekijn zijn opwachting maakt. Laten we bijvoorbeeld nu het liedje “Zie de maan schijnt door de bomen”eens goed bekijken:
Zie de maan schijnt door de bomen, Makkers, staakt uw wild geraas! ’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van Sinterklaas.
In het tweede couplet verheugen de kinderen zich op spelen met de bonte harlekijn:
O wat pret zal ’t zijn te spelen Met die bonte harlekijn! Eerlijk zullen we alles delen, Suikergoed en marsepein.
Maar achter de speelsheid van het lied schuilt een diepere waarheid over de harlekijn – een vrolijke clown op het toneel, maar ooit een duister figuur. Als Hellequin* reed hij volop mee in de Wilde Jacht, die in de wintermaanden door de hemel raasde, dolende zielen verzamelde en stouteriken meenam naar de andere wereld. Mijn verre neef, hoe bont hij nu ook oogt, was ooit samen met Wodan op jacht om verloren zielen te verzamelen! Een bewaker dus van de grens tussen licht en duisternis. En vaak ligt in die spiegeling van de werkelijkheid een waarheid verborgen die wij liever negeren…
En dus, de politici hier aan het Hof huiveren net zoals uw kinderen bij u thuis. Misschien daarom dat zij zich, zelfs in de nieuwe Tweede Kamer zonder schoorsteen, juist nu verzamelen. Om te zingen, ja, zingen! Niet omdat zij werkelijk geloven dat de Sint hen zal redden, maar om de (kwel-)geesten gunstig te stemmen – bij het volk en misschien ook bij zichzelf. Het is een poging, hoe kinderlijk ook, om de balans tussen goed en kwaad, tussen koek en gard, opnieuw in evenwicht te brengen.
En waarom niet? Zelfs Dante beschreef de ware aard van de harlekijn. In zijnInferno noemde hij hem Alichino, een demon in de achtste cirkel van de hel, die corrupte politici bewaakte en hen met sadistische grappen in de pek onderdompelde. Een verre echo die hier in de wandelgangen niet onbekend is en menigeen tijdens deze donkere avonden doet sidderen. Want de kern van de harlekijn – die grenswachter, die trickster tussen werelden – blijft aanwezig, al is hij nu bont gekleurd en vaak met een lach op het toneel te zien.
Dus zingen we hier aan het Haagse Hof uit volle borst. Zoals kinderen zingen, zingen ook wij, politici, ministers en hovelingen, over hoop en verwachting. “Vol verwachting klopt ons hart. Wie de koek krijgt, wie de gard.”
Maar ach, ik weet wel beter. Als hofnar grijns ik, terwijl ik wat chocolademunten uitdeel en de politici zie zingen. Ik ken de gespiegelde werkelijkheid van het spel: alleen wie onbevreesd glimlacht naar ieder mens, lief of stout, jong of oud, hoeft van de Wilde Jacht – als Hellequin en zijn makkers door de donkere nacht raast – niets te vrezen.



