Koningsdag, de nationale flaneerdag voor een handelsland
Sociale interactie tijdens het slenteren
Van kraam naar café
Op elke meter een nieuw paar ogen —
Nog nooit hier gezien.
Maak ik een kans?
Kijk ze staan.
Nee toch. Dooie kak.
Hockeyshirt. Vastgoed.
Ik loop nog wat door,
mijn zeldzame paradijsvogel vindt zich vanzelf.
Want dit festijn — wat een eer, wat een glorie —
de koning wuift en ziet: dat mixt zich wel.
Mijn kleine volkje, na de alcohol en de halal saté,
groeit het weer.
Dus kus ik mijn Argentijnse importbruid vol op de mond,
en straks in de zomer neukt de premier zijn Spaanse hockeyster.
Hiermee lever ik het bewijs:
ga flaneren — zo zet het leven zich in beweging.
Voort, voort, kijk haar nu lief in de ogen,
want dan ga je snel op de knieën.
Op dit kleedje neuk je vanavond haar de hersens eruit
zodat je straks in volle overtuiging roept:
Holland boven.
Zo ben je verwekt.
Ga nu snel op het kleedje
en richt het altaar op voor die handelskoning.
Al het geld op mijn nageslacht.
Zo zullen ze nog eeuwen, als een stel sletjes op Koningsdag,
Mercurius eren —
die naast al die centen ook het goede nieuws verkondigt:
Er is een kind geboren.
Uit de handelsgeest
wisten wij te baren
een bijzondere mix
die alle talen spreekt —
handig als neef Thaghi,
van de drugs naar jailhouse rock.
De koning is wel tevreden.
Want wie de dans aanvoert,
het spel opent op Koningsdag,
is toch de grote Baas —
ook over alle nieuwe onderdanen.
Kniel neder op dat kleedje
en klap naar elke schone
die jou bekoort.
Dan geef ik je mijn lach.
Meer erfenis is er niet.

