“Ach, het is eigenlijk vrij simpel,” zegt de man naast me.
Ik kijk op van mijn glas. Hij draait zijn kruk iets mijn kant op.
“Kijk,” vervolgt hij, “zij wil drie ministers leveren. Haar trouwste volgelingen die ze beschouwt als haar zonen. Maar om dat voor elkaar te krijgen, moet ze met tenminste drie van de vier hoge heren een akkoord sluiten.”
“Vier?”
“Vier. En geen van hen wil zomaar posten weggeven. Dus wat doet ze? Met elke man apart dineren. Charme uitstralen. Laten doorschemeren dat híj haar favoriet is. Ondertussen weegt ze af wie waar het meeste voor over heeft.”
De barman knikt instemmend terwijl hij een glas opwrijft. “Meneer heeft er verstand van. Hij schrijft er wekelijks over. Groot publiek.”
“Podcast eigenlijk,” verbetert mijn buurman met een klein lachje. “Maar ja, het principe blijft hetzelfde. Eenvoud is de sleutel tot succes.”
Ik knik. Want ook ik had haar gezien, vanmiddag nog. Die parmantige dame met die stevige pas langs het Binnenhof. Wat hou ik van haar haren! En hoe ze met rechte rug iedereen te woord staat – alle journalisten van de schrijvende en orerende media staat ze met een lach te woord. Haar hakken klikten op de kinderkopjes, en die grote zwarte hond van haar liep met haar mee alsof hij wist dat niemand hem een bot kon weigeren.
“Nee, dit draait niet om persoonlijke ambities,” had ik haar horen zeggen tegen een verslaggever. “Het gaat om de beste mensen op de juiste plek.”
“Prachtig toch?” zegt de journalist. “Zo’n moment. Pure overtuiging in haar stem. Ze is een echte pro.”
“De Fransen hebben er een kunst van gemaakt,” zeg ik. “Dat spel van schijn en werkelijkheid.”
De barman zet een schaaltje nootjes voor ons neer. “De Fransen,” herhaalt hij vol bewondering. “Savoir-vivre.”
“Precies,” zeg ik. “Al hebben ze het gestolen van de Italianen. Casanova bijvoorbeeld – die hebben ze uit Venetië gelokt en in Parijse badhuizen ondergedompeld. Stoom, zeep, hete doeken. Steeds opnieuw. Tot zijn huid niets meer geheim kon houden en de essentie van verleiding werd prijsgegeven.”
“De essentie?”
“Van de verleiding. Sindsdien hoef je maar een Fransman te ruiken en je weet het: hier nadert iemand met een dubbel bestaan.”
Mijn buurman kijkt me nieuwsgierig aan.
De journalist grinnikt. “Dus onze hofdame speelt een Frans spelletje?”
“Erger nog,” zeg ik. “Een Italiaans spelletje. Denk aan Catharina de’ Medici.”
“De koningin?”
“De koningin-moeder. Daar zit hem de kneep. Deze was door haar vader, heerser van Florence, naar Parijs gezonden om te zorgen dat haar kinderen op de troon belandden. En weet je hoe ze dat voor elkaar kreeg?”
De barman leunt naar voren. Ook hij wil het weten.
“Door alle Franse hertogen en kardinalen tegen elkaar uit te spelen,” zeg ik. “Vandaag beloofde ze deze hertog een gunst als hij haar oudste zoon steunde. Morgen fluisterde ze gene kardinaal toe dat híj haar vertrouweling was. En ondertussen? Ondertussen bouwde ze een web van dankbaarheid.”
“En onze dame doet dat ook?”
“Kijk maar. Maandag luncht ze met de eerste heer. Ze laat doorschemeren: ‘Als IJzeren Hein minister wordt, dan is dat echt een teken van ons vertrouwen in jou.’ Dinsdag dineert ze met de tweede. ‘Brekenbeen verdient een grote post, en als jij daarbij helpt, vergeet ik dat nooit.’ Woensdag koffie met de derde. ‘Knarrefrans is de toekomst, en jij kunt die toekomst mede vormgeven.’ En donderdag? Een wandeling door het Haagse Bos met de vierde.”
De journalist lacht bewonderend. “Je hebt het door. Ze is werkelijk een pro. Ik heb haar nooit een steek zien laten vallen.”
Hij leunt nog iets dichter naar me toe, alsof hij een kostbaar geheim gaat onthullen. “Wil je weten wat het mooiste is? Ik hoorde gisteren achter de schermen – van een bron die erbij was – hoe ze tegen Ernst fluisterde. Je kent Ernst wel? Die stoere, die altijd zijn bovenste knoopje open heeft? Ernst,’ zei ze, ‘doe niet zo mal. Joost met zijn mooie praatjes? Daar trap ik echt niet in. Jij bent zoveel mannelijker dan al die anderen. Bij jou voel ik me veilig.’”
De barman stopt even met zijn werk.
“En?” vraag ik.
“En na die koffiedate,” de journalist kan zijn lachen nauwelijks inhouden, “ging ze met Joost lunchen. Die knappe met die donkere, verleidelijke bruine ogen. En raad eens wat mijn collega haar hoorde zeggen? Ze keek hem aan – je weet wel, die blik van haar – en zei: Joost, Ernst is goed van wil, maar zo… zo basic. Jij en ik, wij begrijpen elkaar zonder woorden. Ik kan uren in jouw ogen kijken.’”
“Uren in zijn ogen kijken?” De barman trekt een wenkbrauw op.
“Ik verzin het niet!” De journalist neemt een slok. “En wacht, het wordt nóg mooier. Want vandaag is ze met Robert gaan rennen door het Haagse Bos. Die rustige, die altijd zo betrouwbaar is. Hij heeft onlangs de Nederlandse Cross Fit Games gewonnen en mag nu de ministerposten verdelen. En daar liet ze haar masker vallen. ‘Robert,’ zo verzuchtte ze, ‘ik weet het echt niet meer. Ernst en Joost – allebei zulke machomannen. Allebei willen ze me inpalmen. De een met zijn parmantige borstkas en de ander met zijn bruine ogen. Maar Joost…’ en hier pauzeert ze even, ‘Joost zal mijn kandidaten overtroeven met zijn attitude van perfecte schoonzon. Hoe kunnen mijn ministers straks nou stralen als híj altijd de spotlight pakt?’”
Ik moet lachen. “En Robert?”
“Robert keek haar begripvol aan. ‘Wat zou je helpen?’ vroeg hij. En dan komt het.” De journalist geniet zichtbaar. “’Als je Joost nou Minister van Ontwikkelingssamenwerking en Wereldwijde Klimaatverbetering maakt,’ zegt ze zacht, ‘dan is hij vaak ver weg van het Haagse Hof. Dan valt er te praten. Over alles.’”
De barman schudt zijn hoofd. “En hij geloofde dat?”
“Natuurlijk! Robert voelt zich de wijze winnaar. Zo vol van mannelijke gorilla adrenaline, voelt hij zich de priester van de tempel. Zo zet hij beide machomannen Ernst en Joost op hun plaats, en tegen die brave Harry zegt hij wat een priester tegen zijn organist zegt: ‘Speel nog wat Buxtehude voor ons, Harry.’ En Harry bloost van trots.”
“En dus aan het eind,” zeg ik, “speelt zij alle haar tegenspelers uit elkaar en krijgt ze wat ze wil. Volop mannelijke aandacht en mooie ministerposten voor haar drie pupillen. Zij zullen haar eeuwig dankbaar zijn. Net als Catharina’s zonen. Loyaliteit gekocht met posities die anderen moesten afstaan.”
De barman fluit zacht.
De journalist leunt vertrouwelijk naar me toe. “Weet je,” zegt hij zacht, “ik zal je een geheim vertellen. Mensen willen geloven dat het allemaal complex is. Dat hier in Den Haag altijd meer gebeurt dan ze zien. Verborgen strategieën, emotionele dilemma’s, principiële keuzes.”
“En?”
“En dat is maar goed ook. Want zo verkoop ik mijn verhalen.” Hij neemt een slok. “We hebben een mooi script afgesproken, zeg maar. Zij speelt de bezorgde moeder die het beste voor haar mensen wil. En de vier heren spelen elk hun rol. En wij? Wij schrijven elke dag over de spanning.”
“Spanning?”
“’Lukt het haar? Met wie sluit ze een deal? Gaat ze met Joost of Ernst een deal sluiten?’ De forums staan vol. Iedereen heeft een mening. En elke dag zijn er nieuwe hints, nieuwe ontmoetingen, nieuwe speculaties. Dit kan tot na kerst zo doorgaan. Elke week een nieuwe ontwikkeling.”
“Maar,” zeg ik, “ik ben het nu al zat.”
Hij kijkt me aan alsof ik een kind ben dat de wereld niet begrijpt. “Helaas, beste nar. Jij bent verzekerd van je betrekking en hoeft slechts één man te plezieren. Maar wij? Mijn luisteraars lopen zo naar een ander medium. Ik moet ze dus wel aan het lijntje houden. De werkelijke strijd hier aan het Hof gaat om de vraag welke journalist de meeste volgers heeft. Dus we moeten wel ons publiek bespelen.”
“En daar genieten de mensen van?”
“Het meest! Dan kunnen ze hier aan de bar discussiëren over die mensen daar, aan het Haagse Hof. We zijn dienaren van hun plezier.”
“Bij mij,” zeg ik langzaam, “staat toch vooral mijn eigen plezier voorop.”
De journalist trekt zijn wenkbrauwen op.
“De rest?” Ik maak een vaag gebaar. “Of het publiek nu lacht of niet – het kan me weinig schelen. Mijn kunsten hoef ik aan niemand uit te leggen. Niet in een podcast, niet in een blog.”
De barman is gestopt met glazen poetsen. “Interessant,” zegt hij. “Jullie vertellen beide verhalen. Maar de een geeft het publiek wat het wil horen. De ander zegt gewoon wat hij ziet.”
“En wat zie ik dan?” vraag ik.
“Dat onze Catharina haar drie zonen installeert,” zegt de barman. “Net als de echte. En dat ze vier mannen om haar vinger windt, hun ego’s streelt en zo tegen elkaar uitspeelt. En dat wij doen alsof het om principes gaat.”
Ik hef mijn glas naar de barman. Hij glimlacht en heft het zijne.
De journalist staart in zijn glas. Zegt niets meer.
Buiten klikken de hakken voorbij op de kinderkopjes. Die grote zwarte hond loopt naast haar, kop fier omhoog. De parmantige dame heeft haar telefoon tegen haar oor. Op weg naar de volgende date.



