Als water dat zachtjes langs je heen stroomt,
hoor je de stemmen om je heen.
Ze kwebbelen slechts,
zonder diepgang glijdt het gezegde langs je voorbij.

Pas wanneer je beseft dat ze nergens over spreken,
begin je te genieten.
Zoals kiezels, fijn grind,
vermalen worden –
niet door grof geweld,
maar door eindeloze gesprekjes van oude metgezellen.

In het vlakke land,
samen in de trein,
kwebbelen zij.
Het leven, een weldadige bron,
oneindig, volmaakt in tevredenheid.