oude typemachine

Het is een spel
Soms verbergen, soms ontsluiten,
Te vaak nét te laat.
Maar het draait om die ene keer
Dat jij tegelijk met mij
Toelacht.

In mijn ogen lees je de ironie,
Want in ons leven spelen wij een spel.
Een dans van toenadering, sierlijk en vrij.
Wees gerust, ik bijt niet –
Ik hap slechts toe als jij gebaart
Dat ook jij het ziet,
Wij, een paar, midden in de kroeg.

Onze lippen reiken reeds,
Maar nog geen zoen.
Te onzeker, zo in het openbaar,
Toch weten wij het zeker:
Straks zullen wij ontwaken naast elkaar.
Wanneer de nacht vervliegt, de roes vervaagt,
Zullen wij pas besluiten.
Voor nu heerst de liefelijke pracht.