Narrenmuts typemachine

De kamer van je hart

Verzamel herinneringen.

Rap.

Snel.

Als plaatjes voor de wanden
van de kamer van je hart.

Niet alleen seksuele verlangens,
niet alleen ambitieuze daden.

Ook lieve melodietjes
en amoureuze ijdelheden
die je waarneemt
op straat of in het bos.

Daar waar vlinders je vermaken
en ogen je bijna doen wegkijken.

Kijk niet weg.

Loop parmantig
over dit pad
dat zich uitstrekt tot ginds,
waar je over de drempel gaat.

Want die tijd zal komen
dat je alleen nog
in deze kamer bent.

In dit hart.

En dat je daar
de waarheden mag bewonderen
die je door heel je leven
hebt opgespaard.

Is het leven niet wellustig?

Elke dag
een fris nieuw spoor
naar herinneringen
die je later dierbaar
mag omhelzen.

Op ieder vlak
van dit prisma.

Geen vier muren.

Geen rechte kamer.

Maar vlakken van alle kanten,
waar het licht binnenvalt
en breekt
in alles wat je hebt beleefd.

Een lach.
Een verlangen.
Een verloren zoen.
Een valse noot.

Een gedicht is niet genoeg
om het te bevatten.

Want alles mag je beroeren.

Alles.

Pluk ze.

Wees kwistig.

Zodat de oogst
ook in stilte
tot je spreekt.

Leef.

Stap elke dag
je hart binnen
en bekleed alle wanden
van het prisma.

Wees nooit al te verlegen.

Want zo versieren we
elkaars leven
met blijvende herinneringen.

Gestold in genegenheid.

In dat geluk
dat je met de ander
mocht genieten.

Parmantig
loop je zo door het leven.

Want geen tel verveel je je
als je al voor je ziet
hoe je later
je bewondering oogst.

En ooit zegt iemand:

Hij was een wijs man.

Hij verloor geen seconde
om de ander toe te lachen.

Om even stil te staan.

Om te proosten
op al het leven
dat zijn pad
mocht kruisen.

Vertel daar,
in de hemel,
hoe zalig het allemaal
niet was.